Hoe wordt de kwaliteit van aardappelen bepaald? Het onderwatergewicht

Geplaatst in: Aardappelen, Boerderij, Gewassen | 0

Het onderwatergewicht is een methode om de (bak) kwaliteit van aardappelen te bepalen en dit bepaalt ook mede het oogsttijdstip van de aardappelen. Het onderwatergewicht is een representatie van het zetmeelgehalte en droge stof gehalte van de aardappel en geeft dus aan hoeveel zetmeel de aardappel bevat.

 

Frietaardappelen

Voor frietaardappelen, zoals het Bintje dat wij telen, is het ideale onderwatergewicht 380 gram. Dit betekent dat wanneer men 5 kg aardappelen onder water weegt, deze 380 gram wegen. Bij een goed onderwatergewicht is normaal ook de bakkwaliteit van de frieten goed. Onder de 360 gram zijn de “friet” aardappelen niet geschikt om frieten van te maken. Dit betekent namelijk dat er te weinig zetmeel / droge stof in de aardappel aanwezig is, met als gevolg slappe en vette frieten. Een te hoog onderwatergewicht, meer dan 420 gram, is ook niet goed, want hoe hoger het onderwatergewicht, hoe droger en harder de frieten zullen zijn. Voor het bakken van chips is een onderwatergewicht van minstens 400 gram gewenst.

 

Vastkokende aardappelen

Bij vastkokende aardappelen bepaalt het onderwatergewicht of de aardappel mooi vast kookt of melig / “kapot” kookt. Het ideale onderwatergewicht voor een vastkokende aardappel, zoals de Annabelle en Nicola die we telen, is 350 gram. Wanneer dit hoger is zal de aardappel sneller “kapot” koken.

 

Hoe meten we het onderwatergewicht van de aardappelen?

Om het onderwatergewicht te meten beschikken we over een meettoestel. Dit weegt eerst de aardappelen boven het water. Vervolgens worden deze opnieuw gewogen onder water. Dankzij dit meettoestel moeten we dus ook niet exact 5 kg aardappelen afwegen aangezien dit meettoestel de hoeveelheden verrekent.

 

Onderwatergewicht aardappelen meten Onderwatergewicht aardappelen meten

 

Bepalen oogsttijdstip aardappelen

Naar het einde van het groeiseizoen van de aardappelen, van midden augustus tot eind september, nemen wij regelmatig stalen van de verschillende percelen en soorten aardappelen die wij telen. Wanneer de aardappelen een goed onderwatergewicht hebben, zullen we het loof dood spuiten. Hierdoor zal het loof van de plant versneld afsterven en zal de plant en de aardappel niet verder groeien. Na een 3-tal weken kunnen we vervolgens de aardappelen rooien. Gedurende die periode, tussen het doodspuiten en het rooien, zal de aardappel ook “velvast” worden en een dikkere schil vormen. Een vaste schil is belangrijk voor het bewaren van de aardappelen en om beschadigingen tijdens het rooien te voorkomen.

 

Blauwe plekken op de aardappel

Voor een bepaald ras aardappelen geldt dat hoe hoger het onderwatergewicht, en dus het zetmeelgehalte van de aardappel is, hoe gevoeliger de aardappel is voor beschadigingen. Blauwe plekken, ook wel stootblauw genoemd, is een gevolg van de beschadiging van de aardappel. Dit verklaart dus ook waarom er bij frietaardappelen al eens vaker een blauwe plek voorkomt dan bij vastkokende aardappelen. Frietaardappelen bevatten meer zetmeel en zijn dus gevoeliger voor beschadigingen. Het ene aardappelras is wel al gevoeliger voor stootblauw dan het andere.

 

Glazige aardappelen

Een aardappel wordt glazig wanneer er veel zetmeel uit de aardappel “getrokken” wordt. Dit verschijnsel treedt op bij de zogenaamde “doorwas” in de aardappelen. Het onderwatergewicht zal dan ook veel lager zijn. Bij “doorwas” vormen er zich op de stengels, vlak onder de grond, nieuwe uitlopers waarop vervolgens kleine aardappelknolletjes groeien. Op de bestaande aardappelknollen ontstaan er scheuten die dan vaak een 2de kleinere aardappelknol op de bestaande aardappel vormen. Doorwas treedt met name op wanneer tijdens een aanhoudende hitteperiode zonder neerslag, de bodemtemperatuur meerdere dagen oploopt tot boven de 25 ̊C. Wanneer zo een hitteperiode dan gevolgd wordt door een regenperiode is er een grotere kans op doorwas. Doorwas hebben we ook reeds besproken in ons artikel over de droogte en het belang van water tijdens de knolvorming van de aardappelen.

 

Wat bepaalt het onderwatergewicht van de aardappel?

Er zijn tal van factoren die een invloed hebben op het onderwatergewicht van een aardappel. Het soort aardappel, de neerslag, de temperatuur, de bodem, de bemesting, enz. Allemaal factoren die een invloed kunnen hebben op het onderwatergewicht. Qua bemesting zorgt stikstof doorgaans voor een lager onderwatergewicht, maar stikstof is wel een belangrijk element voor de bladgroei. Zo zorgt ook Kali doorgaans voor een lager onderwatergewicht, maar Kali is dan weer een zeer belangrijk element voor de knolvorming van de aardappel, enz. Dit maakt dat het telen van kwaliteitsaardappelen een complex iets is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *